Grip krijgen op de decentralisatie van de jeugdzorg

In 2015 werd de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van jeugdzorg naar de gemeenten overgedragen. Vijf jaar later heeft de decentralisatie echter nog niet geleid tot de gewenste transformatie. De kosten nemen toe en gemeenten hebben moeite om grip te krijgen op de ontwikkeling. Het roer moet om. Het is tijd om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de vraag, de skillset van professionals te vergroten en het aanbod te verbeteren.

De transitie van de jeugdzorg, oftewel het verleggen van de taken van de centrale overheid naar de gemeenten heeft inmiddels plaatsgevonden. Maar de transformatie is nog in volle gang. Het slimmer, beter en goedkoper vormgeven van de jeugdzorg moet nog gebeuren. En dat proces verloopt moeizaam. Zo bleek vorig jaar uit inspectierapporten van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid dat de toegankelijkheid en kwaliteit van de jeugdzorg te wensen over laat. Er zijn daarom plannen om een klein deel van de taken weer terug te leggen bij de centrale overheid. Dat neemt echter niet weg dat gemeenten meer grip moeten krijgen op (hun deel van) de jeugdzorg.

Inzicht in de aard, omvang en voorspellers

Inzicht krijgen is de eerste stap. Wie aan de slag wil met zorg en welzijn moet eerst weten wat de aard en omvang van de vraag is en wat de voorspellers van problematiek zijn. Denk aan eenzaamheid, armoede, schulden of dak- en thuisloosheid, maar ook een scheiding en eenoudergezinnen. Preventie is een belangrijke sleutel om (ergere) problemen te voorkomen en daarmee de kosten in bedwang te houden. Sommige gemeenten weten echter niet hoeveel jongeren met problemen er in hun stad wonen en wat hen bezig houdt. Er moet nagedacht worden over welke informatie nodig is om vroegtijdig te kunnen ingrijpen en goed te weten wat er op je afkomt. Bij welke gebeurtenissen of kenmerken van gezinnen voorspellen een mogelijke aanspraak op jeugdzorg en hoe kan dan vroegtijdig worden ingegrepen? Bovendien moet onderzocht worden hoe de transformatie nu eigenlijk verloopt binnen de gemeente. Wat wordt er al gedaan en wat niet? Wat werkt en wat niet? Maar ook: is er misschien een andere manier van bekostiging mogelijk?

Skillset professionals vergroten

Gemeenten worden geacht zorg en ondersteuning in te kopen via inkooptrajecten of subsidierelaties. Maar het proces van het inkopen van zorg tot het managen van de contracten is relatief nieuw voor gemeenten. Veel gemeenten hebben daarom nog niet de juiste skills en vaardigheden. Toegang verloopt bovendien via verschillende loketten. Daarnaast wordt in veel gemeenten bezuinigd op voorliggende voorzieningen. Dit leidt gezamenlijk veelal tot niet goed passende en dure oplossingen. Soms is het bijvoorbeeld beter om een jongere te adviseren om een event te organiseren of lid te worden van een vereniging, dan door te verwijzen naar een psycholoog. De skillset van de professionals die zich bezighouden met jeugdzorg moet verbeterd worden. Bovendien moet er continu overleg plaatsvinden met zorgaanbieders over de kwaliteit van zorg en de uitwerking van contracten. Goed contractmanagement is van groot belang. Maar vergeet ook de samenwerking onderling niet. De bedrijfsvoering moet als een geoliede machine verlopen, zonder eilandvorming of opgetrokken muren.

Verbeteren aanbod

De koning stelde tijdens zijn eerste troonrede in 2013 al dat de klassieke verzorgingsstaat moest veranderen in een participatiemaatschappij. En dat is dan ook het fundament van de decentralisatie van de jeugdzorg. De opbouw van zorg vindt als volgt plaats: in de eerste cirkel staat het kind, zijn gezinsleven en (sport)verenigingen, in de tweede cirkel komt het gesubsidieerde welzijnswerk zoals opvoedcursussen en tot slot is er de cirkel met betaalde zorg. Door meer aanbod voor jongeren in de eerste twee cirkels te bieden, vergroot je de redzaamheid. Redzaamheid is het vermogen van jongeren om mee te doen door te functioneren in een omgeving die ondersteunt. Teveel jongeren bevinden zich onnodig in de derde cirkel van betaalde zorg. Het aanbod in wijkteams en de netwerken rondom het gezin moet dus beter. De drie zorgcirkels moeten met elkaar in balans zijn.

Voorbeeld: "De stad is saai"

Uit een onderzoek in een middelgrote gemeente in Nederland is gebleken dat jongeren de stad saai vinden. Dat klinkt misschien als een gemakkelijke uitkomst. Maar voor het welzijn van de jeugd is dat een belangrijk gegeven. 20 Procent van de gezinnen in de gemeente is een eenoudergezin. 15 Procent van de kinderen groeit er op met een beperkt gezinsinkomen. Bovendien scoort de stad op alle dimensies van de gezondheidsmonitor slechter dan het landelijke gemiddelde. Gezinnen in de middelgrote gemeente scoren daarmee hoog op risicofactoren. Maar er zijn dus volop kansen om de jeugd te activeren in aansluiting op hun leefwereld. Door verveling tegen te gaan kunnen jongeren geholpen worden zich op de juiste manier te ontwikkelen. En komen ze minder snel in dure zorgvoorzieningen terecht.

Helpen grip te krijgen

Gemeenten moeten grip krijgen op de jeugdzorg. Grip op de kostenontwikkeling, de managementinformatie en het te volgen beleid. Deloitte heeft een totaalscan ontwikkeld waarmee er goed inzichtelijk wordt gemaakt waar een gemeente staat in relatie tot de jeugdzorg. Hoe zijn de processen, de financiƫn en de managementinformatie geregeld? Waar staat men en waar moet aan gewerkt worden? Hoe hangen de verschillende niveaus samen en waar bevinden zich witte vlekken? Om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de vraag en de voorspellers van problematiek is data-analyse belangrijk. Er is volop data voorhanden over de situatie van gezinnen binnen gemeenten. Door deze kennis goed in te zetten kunnen gemeenten gerichter en eerder ingrijpen. Het is goed om te zorgen voor het samenbrengen van publieke - en private partijen. Door samen aan tafel te gaan, kan er nieuw aanbod ontstaan. Veel gemeenten zijn zoekende in hun aanbod in de drie verschillende zorgcirkels. Het is belangrijk om de zorgcirkels beter bij elkaar te brengen. De financiƫle beheersing van het sociaal domein is voor veel gemeenten een struikelpunt. Welke partijen hebben we gecontracteerd en op welke manier houden we bij hoeveel dit kost? Daarnaast is het proces van contractmanagement belangrijk, waarin gemeenten moeten kijken naar bijvoorbeeld crisismanagement. Welk type gedrag en welke vaardigheden zijn er binnen een organisatie nodig om op de juiste manier met een crisissituatie om te gaan? Deloitte ontwikkelde een stresstest om dit inzichtelijk te maken. Met alle betrokkenen, van bestuurders tot uitvoerenden, wordt een simulatiespel gedaan met een crisissituatie. Een verhelderende manier om alle betrokkenen vaardiger te maken. Tot slot mag het onderdeel transformatieve innovatie niet vergeten worden. Vernieuwing in de jeugdzorg is nodig. Maar hoe komt innovatie nu eigenlijk tot stand? En hoe krijg je alle mensen mee? Vernieuwing vindt immers niet vanzelf plaats.

Meer weten?

Als u meer over dit onderwerp wilt weten, neem dan gerust contact op met Menno ter Wal of Juwi Liu.